Nieuws
12 februari 2020

Een op vijf jongeren heeft gezinslid met langdurige beperking

SCP

Jongeren die thuis met langdurige zorg te maken hebben, scoren minder goed op levenstevredenheid, ervaren gezondheid, psychosomatische klachten en schooldruk. Het opgroeien in een gezin met iemand met een langdurige ziekte of een beperking heeft meer van invloed op de kwaliteit van leven van scholieren dan extra tijd besteden aan (huishoudelijke) taken.

Voldoende steun van thuis, vrienden, klasgenoten en leraren kan de kwaliteit van leven van jongeren met een langdurig ziek gezinslid verbeteren. Dit blijkt uit Bezorgd naar school. Kwaliteit van leven van scholieren met een langdurig ziek gezinslid, een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Vrije Universiteit (VU) Amsterdam.

 

Gezinslid

Bij een gezinslid met een langdurige ziekte of beperking gaat het om een situatie die langer dan drie maanden duurt en waarbij sprake is van een lichamelijke of psychische aandoening. Te denken valt aan kanker, suikerziekte, hartziekten, depressie, verslaving, autisme of een verstandelijke beperking. In de helft van de gevallen betreft het een van de ouders, maar het kan ook om een broer of zus gaan of een ander familielid.

Meer klachten

De meerderheid van de scholieren ervaart een goede of zelfs uitstekende gezondheid; scholieren met een ziek gezinslid of gezinslid met een beperking rapporteren anderhalf keer zo vaak dat hun gezondheid slecht of redelijk is. Ook geven zij een lager cijfer voor hun leven; iets meer dan een 7, terwijl andere jongeren bijna een 8 scoren.
Psychosomatische klachten komen bij scholieren met een zorgsituatie thuis vaker voor. Een kwart van hen geeft aan bijna dagelijks lastig in slaap kunnen komen, een vijfde heeft last van vermoeidheid en een op de zes ervaart een gevoel van uitputting. Daarnaast ervaren scholieren met een zieke naaste naar verhouding een grote schooldruk, dat wil zeggen dat zij zich vaker onder druk voelen staan door het schoolwerk dat ze moeten doen.

Zorgsituatie heeft meer impact dan extra taken

Driekwart van de scholieren met een zorgsituatie thuis zegt dat zij taken of verantwoordelijkheden in het gezin hebben, zoals schoonmaken, een broertje of zusje helpen met huiswerk of persoonlijke verzorging. Bij de scholieren zonder een ziek gezinslid is dat tweederde. Vergeleken met hen besteden de scholieren met een ziek gezinslid daar anderhalf keer zo vaak extra tijd aan (minstens 4 uur per week).
Een zorgsituatie thuis, inclusief de emotionele druk die dat met zich mee kan brengen, weegt bij scholieren zwaarder voor hun kwaliteit van leven dan het extra tijd besteden aan taken. Deze uitkomst biedt aanknopingspunten voor professionals die te maken hebben met gezinnen met een ziek persoon én opgroeiende kinderen. Bij de indicatie voor hulp zou de focus niet alleen moeten liggen op wat jongeren in huis (kunnen) doen, maar vooral met welke emotionele belasting het samenwonen met een zieke naaste gepaard gaat.

Steun kan kwaliteit van leven verbeteren

Steun is voor de kwaliteit van leven van alle scholieren van belang, maar in het bijzonder voor scholieren met een zorgsituatie thuis. Scholieren met een zorgsituatie thuis ervaren relatief weinig steun vanuit hun gezin; zij hebben bijvoorbeeld het gevoel dat mensen in hun gezin minder hun best doen om hen te helpen. Daarnaast geven zij aan minder vaak steun van klasgenoten te ontvangen, zij voelen zich bijvoorbeeld minder vaak door klasgenoten geaccepteerd zoals ze zijn. Hierdoor ondervinden scholieren met een zorgsituatie thuis ook deels een lagere kwaliteit van leven. Voldoende steun van thuis, vrienden, klasgenoten en leraren kan de kwaliteit van leven van deze scholieren verbeteren.

Bron: SCP

OUDERE NIEUWSARTIKELEN